Posts tonen met het label Klaverjas variant. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Klaverjas variant. Alle posts tonen

donderdag 29 augustus 2013

Smousjas, 2 spelers - Spelregels

Smousjassen is een zeer oude en vermakelijke vorm van Klaverjas voor 2 personen, in de 19e eeuw ook wel bekend onder de naam 'Klaverjas' en 'Modernen'. 'Smous' was een scheldwoord voor een Duitse jood. Sommigen denken dat het spel is overgedragen door de Joodse gemeenschap in noord Europa, maar dat is wat mij betreft niet erg aannemelijk; een in onbruik geraakt bod draagt namelijk exact de scheldterm 'Smous' als benaming. Wellicht is het woord met het spel verbonden omdat je tijdens het spel veel bezig bent met rekenen en punten registreren, kwaliteiten die mensen vroeger aan de geldhandel van de Joodse gemeenschap verbonden (weliswaar negatief, maar dat doet niet ter zake hier =)).

Een drank suggestie voor het spel heb ik niet - zoveel kosjere alcohol bestaat er niet - maar Jodenkoeken en koffie met kaneellikeur zijn aan te raden. De beschreven vorm stamt uit de jaren 20, Rijswijk.

Kaarten


Het enige wat je nodig hebt is een piketspel (7-8-9-10-B-V-H-A in iedere bloem), pen, papier & natuurlijk een tegenstander.

Delen & Troef


Bepaal wie deelt door te couperen. Deler schudt de kaarten en laat zijn tegenstander couperen; daarna deelt hij 8 kaarten uit aan iedere speler, 3x2x3. De rest vormt een Stok waarvan gedurende het spel getrokken gaat worden. De eerste kaart hiervan wordt omgedraaid en bepaalt de troefkleur voor de hand. Zolang deze kaart open ligt, mag degene die de Troef 7 heeft deze omwisselen voor de gedraaide kaart.

Spel


Het spel wordt uitgespeeld in slagen; om beurten gooien de spelers een kaart op tafel, waarvan de hoogste troef de kaarten wint, of anders de hoogste kaart in de gevraagde kleur. Met gevraagde kleur wordt bedoeld de hoogste kaart gespeeld in de bloem van de kaart die als eerste aan de slag gespeeld werd. De winnaar van de slag leidt de volgende slag. De slagwaarde van de kaarten is van hoog naar laag; A-H-V-B-10-9-8-7, behalve in de troefkleur, waar de slag volgorde geldt; B-9-A-H-V-10-8-7. De troefboer is genaamd de Jas, de troef 9 de Nel. De puntwaarde van de kaarten is als volgt; Jas (20) - Nel (14) - A (11) - H (4) - V (3) - overige B (2) - 10 (10). Let op Klaverjassers, de 10 verschijnt hier dus in zijn oude rangorde onder de hofkaarten, maar is wel gewoon 10 punten waard! Een zeer kwetsbare kaart dus.

Het spel is verdeeld in twee delen, als eerste het deel waarin er nog kaarten op de Stok liggen, als tweede het deel waar de Stok op is.

Eerste Deel


In het eerste deel hoeft men niet de gevraagde bloem te bedienen, ook al wordt een slag wel gewoon gewonnen door de slagregels (zie boven). Voor spelers die alleen spellen gewend zijn waarin bediend moet worden kan dit eerste deel raar aandoen qua slagen. De winnaar van iedere slag trekt als eerste een kaart van de Stok zonder te laten zien en neemt deze op handen, waarna de andere speler hetzelfde doet. Winnaar van een slag wordt leider van de volgende slag. De leider van iedere slag mag combinaties van kaarten roemen voor punten bij het uitspelen van zijn kaart. Er zijn twee soorten combinaties, carrés en sequenties.

De mogelijke combinaties zijn;
Carré boeren; 200 punten
Carré negens; 140 punten
Carré van andere kaarten; 100 punten
Sequentie van 5 opéénvolgende kaarten in dezelfde bloem, met als hoogste Aas; 120 punten
Sequentie van 5 of meer kaarten opéénvolgend in dezelfde bloem; 100 punten
Sequentie van 4 kaarten opéénvolgend in dezelfde bloem; 50 punten
Sequentie van 3 kaarten opéénvolgend in dezelfde bloem; 20 punten

Voor sequenties geldt altijd de volgorde A-H-V-B-10-9-8-7, dus ook in de troefkleur.
Het roemen gebeurt bij het uitspelen van een kaart aan de slag, waarbij de de uitgespeelde kaart vrijelijk onderdeel mag zijn van de gedeclareerde roem. Op dit punt hoeft de declarant niet te benoemen in welke bloem de sequentie is, noch hoe hoog de kaarten in de carré zijn, alleen maar 'carré' voor iedere willekeurige carré, of '3 op de vrouw' voor bijvoorbeeld een sequentie van 3 waarvan de vrouw de hoogste kaart is. Nadat de tegenspeler ook een kaart aan de slag heeft gespeeld, moet de declarant de kaarten behorende tot de roem laten zien. De tegenspeler mag een declaratie van de leider 'afkeuren' wanneer hij een hogere roem op handen heeft; in dit geval meldt hij 'dat hij keur ik af' en noemt zijn eigen roem, en zijn roem telt in plaats van de roem van de tegenstander. De roem van de afgekeurde declarant kan altijd nog in een opvolgende beurt worden gedeclareerd. Voor het afkeuren geldt dat hoe meer kaarten er in de roem zitten, hoe hoger de roem telt. Een carré is dus hoger dan een sequentie van 3, maar een sequentie van 5 hoger dan een carré. Als het aantal kaarten gelijk is geldt dat de hoogste kaart in sequentie waarde wint. Een carré boeren (twv 200 punten) kan dus afgekeurd worden door een carré aan vrouwen (twv 100 punten). Is een roem exact even hoog, dan geldt de troefkleur met voorrang. Anders heeft de leider voorrang. Schrijf roempunten meteen op!

Er geldt ook nog speciale roem, mariages (huwelijken!!!), waarvoor je niet aan slag hoeft te zijn (altijd te declareren wanneer je een kaart aan de slag speelt), en die ook niet kunnen worden afgekeurd;
Stuk; Heer & vrouw van de troefkleur; 40 punten
Dubbel; Ruiten vrouw & schoppen vrouw; 40 punten
Brok; Heer & vrouw waarvan de één een rode bloem en de ander een zwarte; 20 punten
De kaarten moet je laten zien aan het einde van de slag.

Je mag iedere roem maar één keer declareren. Je mag nooit een sequentie declareren die lager is dan een sequentie die je al hebt gedeclareerd in dezelfde bloem, Als je dus '3 op de vrouw' hebt gedeclareerd in een eerdere beurt, mag je niet '3 op de boer' declareren in diezelfde bloem in een latere beurt, maar wel  bijvoorbeeld '4 op de boer', '3 op de heer' etc. omdat deze roem meer waard is in de rangorde (omhoog roemen). Hoogte van een sequentie in één bloem heeft geen effect op declaraties van een sequentie in een andere bloem. Je mag verschillende soorten roem gelijktijdig declareren, maar niet meerdere sequenties in dezelfde bloem. Wel dus sequenties in verschillende bloemen. Een kaart mag onderdeel zijn van meerdere soorten roem bij gelijktijdig declareren, dus van een sequentie, mariage én carré. Afgekeurde roem kun je opnieuw trachten te declareren in een latere hand (natuurlijk niet als je een kaart ervan hebt weggespeeld tijdens of na het afkeuren), of gebruiken om een roem af te keuren.

In dit eerste deel zullen de spelers dus kaarten aan de slag werpen waarmee ze geen combinaties verwachten te vormen, maar aan slag proberen te komen wanneer ze iets te declareren hebben. Als de laatste gedekte kaart op stok ligt naast de gedraaide troef of verwisselde troef 7, moet de winnaar van de slag kiezen tussen de twee. De tegenspeler krijgt de andere kaart. De gedekte kaart moet je altijd laten zien alvorens hem op handen te nemen.

Tweede Deel


Het tweede deel breekt nu aan, waarin alléén nog in de eerste slag kan worden gedeclareerd door de leider (of mariages en afkeuringen door de andere speler).  Het is nu verplicht om de gevraagde kleur te bedienen. Als je dit niet kunt, moet je troeven. Als de leider troef vraagt, ben je verplicht een hogere troef te spelen als je dat kunt, anders een lagere troef. Kun je niet bedienen of troeven, gooi dan een kaart naar keuze op. De oplettende speler weet exact welke kaarten de tegenstander op handen heeft, omdat alle kaarten reeds de revue hebben gepasseerd. Het is niet toegestaan in gewonnen slagen te kijken. De winnaar van de laatste slag krijgt 10 punten.

Score


Tel de punten op de kaarten in gewonnen slagen, succesvol gedeclareerde roem en 10 punten voor de laatste slag bij elkaar op. Hou de score bij van hand tot hand op papier, de eerste die 500 bereikt wint een ronde. Als beide spelers boven de 500 uit komen na een hand, dan wint degene met de hoogste score. Bij gelijkspel moet de hand opnieuw worden gespeeld. Als de verliezer nog geen 250 heeft weten te behalen, dan is hij "onder Jan", en wint de winnaar een extra spelpunt voor de ronde (of betaling). Spelpunten kun je bijhouden met dobbelstenen, start op een bepaald aantal 'levens', en draai het benodigde aantal naar beneden. De eerste die geen 'levens' meer heeft, zit 'op de kip' en krijgt nog een extra leven. Er is maar één kip, die waardeloos is als een verliezende speler op 1 staat en 'onder Jan' is, en dus 2 punten naar beneden gaat.

Als iemand gedurende de hand op 480 of meer punten staat en 'Stuk' declareert tijdens de hand, dan mag hij roepen 'Uit' en wint.


zondag 18 augustus 2013

Belote / Piekjas 2-4 spelers - Spelregels

Verwant aan Klaverjas, echter altijd zonder partnerschap.

Spelers; 2, 3 of 4
Speelrichting; kloksgewijs
Kaarten; Piketspel, A-H-B-V-10-9-8-7
Delen; 2 of 3 spelers; 6 kaarten elk, 4 spelers; 5 kaarten elk.

Doel van het spel is voor de Troefmaker om méér punten met roem en in slagen te behalen dan iedere andere speler individueel. Slagwaarde en punten van de kaarten zijn als in Klaverjas, op volgorde van slagwaarde en punten tussen haakjes; Troef Boer (20) - Troef Negen (14) - Aas (11) - Tien (10) - H (4) - V (3) - andere Boeren (2) - overige kaarten (0). Totaal dus 152 punten op de kaarrten, op de laatste slag zitten 10 punten.

Delen;
Ieder krijgt 6 kaarten bij 2 of 3 spelers, bij 4 spelers 5 kaarten. De volgende kaart van de overgebleven kaarten wordt gedraaid voor troef.

Bieden;
Er volgt nu een biedronde om te kijken of één van de spelers wil spelen op de gedraaide troef, daarmee verklarend dat hij méér punten probeert te behalen dan iedere andere speler individueel. Wanneer iedereen past, dan volgt er een tweede biedronde waarin de spelers vrij een troef mogen kiezen of passen. Mocht iedereen weer passen, dan moet de Voorhand spelen op een gekozen kleur (hij is de 'Koe').

Met twee spelers is er een extra bod; Smous, een aanbod om óf Speler te worden, óf opnieuw te delen. De tegenstander moet in het geval van Smous kiezen of de Smousbieder Speler mag worden of dat er een nieuwe deling komt.

Als de gedraaide troef gemaakt wordt, dan mag degene die de Troef 7 op handen heeft (Dix) ruilen met de gedraaide kaart, vóórdat kaarten aan de eerste slag gespeeld worden.

Deel nu nog 3 kaarten uit als twee of drie personen spelen, en draai de laatste kaart van de overgebleven kaarten open naast de gedraaide troef (of verruilde Dix), voor informatie (Fille).
In het geval van 4 spelers krijgt de Troefmaker / Speler de gedraaide troef of verruilde Dix en slechts twee kaarten van de stok. Er is natuurlijk in dit geval geen Fille omdat alle kaarten opgedeeld zijn.

Spel
Bij het spelen aan de eerste slag mag er geroemd worden, voor combinaties van kaarten die op handen worden gehouden. Alleen de speler met de hoogste roem scoort hiervoor, je hoeft bij het declareren alleen maar de soort roem en de hoogste kaart te benoemen, niet de kleur. Na de eerste slag moet je de kaarten laten zien.
Carré boeren; 200 punten, carré negens; 150 punten, carré azen, heren, tienen of vrouwen; 100
Sequentie in één kleur van 5 of meer; 100 punten, van 4; 50 punten, van 3; 20 punten.
Voor sequenties geldt altijd een volgorde van A-H-V-B-10-9-8-7, ook in troef.
Kaarten mogen in meerdere roem tellen, éénmaal in een carré, éénmaal in een sequentie
Het aantal kaarten is bepalend in welke roem hoger is, of anders de kaart met de hoogste slagwaarde die de roem bevat.

Voorhand leidt de eerste slag. Je moet kleur bekennen als je kunt, of anders troeven en altijd overtroeven indien mogelijk. Ondertroeven is verplicht als je niet kunt overtroeven. Kun je niet bedienen of troeven, dan mag je iedere kaart op gooien.

Stuk (Heer & Vrouw van troef) telt voor 20 punten, je moet "Stuk" zeggen bij het spelen van de eerste van de twee, en "Brok" bij de tweede.

Scores
Scores worden afgerond naar de dichtstbijzijnde tientallen.
Als de Troefmaker meer scoort dan alle andere spelers, dan scoort iedereen aan roem en gewonnen punten in slagen. Scoort hij lager dan een speler, dan scoort hij niets, en zijn punten gaan naar de speler met de meeste punten. Bij gelijkspel met de Troefmaker, of om wie de punten van de Troefmaker krijgt, gaan de punten in reserve voor de winnaar van de volgende hand.

Kapot / Pit; Mocht een speler alle slagen halen, dan krijgt hij een bonus van 100 punten. Behaalt een speler geen slagen, dan delen de andere spelers 100 punten. Als twee spelers geen slagen behalen, dan verdelen de andere spelers 200 punten. Spelers mogen wel altijd voor roem scoren als ze geen Troefmaker waren en geen slagen behaalden, maar niet als ze daarmee het spel winnen.

Speel het spel tot 500 voor twee spelers, 700 of 1.000 voor drie spelers, 1.000 tot 1.500 voor vier.





Klapper / Klapperjas, 2-4, 6 spelers - Spelregels

Dit spel is een leuke doch serieuze afstammeling van Klaverjas.

Klavers troef!

Spelers; Normaal gesproken spelen er 4 spelers in vaste partnerschappen, voor andere vormen zie varianten onderaan.
Speelrichting; kloksgewijs
Kaarten; A-H-V-B-10-9 in iedere bloem, totaal 24 kaarten

Gebruik omboeren om partners en deler te bepalen; deel iedereen kaarten toe tot ze een boer krijgen, de eerste boer wordt deler, harten en ruitenboer partners alsook klaver en schoppenboer. Partners zitten om en om. 

Delen;
Alle kaarten worden opgedeeld, alle vier de spelers hebben dus 6 kaarten. De laatste kaart van de Deler wordt open gedeeld, wat de voorgestelde troefkleur aangeeft. Deze kaart blijft open op tafel liggen tot het spel begint, maar blijft altijd van de Deler.

Bieden;
Er volgt nu een ronde om te zien of iemand Speler wil worden op de voorgestelde troefkleur, beginnend bij de Voorhand (speler links van de deler). De enige opties zijn Spelen of Passen, zodra iemand Speelt, eindigt het bieden. Als iedereen past volgt er nog een ronde waarin een ieder mag passen of vrijelijk troefkleur kiezen. Past iedereen weer dan volgt er een nieuwe deelronde door de volgende Deler.

Spel;
Voorhand leidt de eerste slag. 
Slaghoogte van de kaarten is in iedere bloem A-10-H-V-B-9 behalve in troef, waar het B-9-A-10-H-V is. Punten zijn als volgt; Troef Boer (20), Troef 9 (14), A (11), 10(10), H (4), V(3), B(2). Er zijn 10 punten te behalen voor de laatste slag.
Je moet altijd kleur bedienen die gevraagd wordt door de leider van de slag, en troeven als je dat niet kunt. Wanneer je een troef moet spelen omdat je niet kunt bedienen of omdat troef gevraagd werd, dan moet je een hogere troef spelen dan iedere tot dan toe gespeelde troef (overtroeven). Kun je niet overtroeven dan moet je alsnog ondertroeven. Heb je geen troeven meer en kun je niet bedienen, mag je iedere andere kaart opgooien. De slag wordt gewonnen door de speler van de hoogste troef, of anders door de hoogste kaart in de gevraagde kleur. Winnaar van de slag leidt de volgende slag.

Roem;
Tijdens de eerste slag mag je roem in je hand declareren. Alleen de speler met de individueel hoogste roem mag deze scoren, maar ook die van zijn partner. Een kaart mag nooit onderdeel uitmaken van twee soorten roem, behalve Stuk. Er is geen roem op tafel. Voor het roemen geldt altijd de volgorde A-H-V-B-10-9-8-7 in plaats van de slagwaarde volgorde, ook in troef.
4 boeren; 200 punten
Andere carré; 100 punten
Sequentie van 5 in dezelfde bloem (Vijfde); 100
Sequentie van 4 in dezelfde bloem (Vierde); 50
Sequentie van 3 in dezelfde bloem (Derde); 30
Stuk (heer & vrouw van troef); 20

Score;
Als de Spelende zijde meer punten wist te behalen, dan scoort ieder team hoeveel ze behaalden in slagen en roem. Spelen de teams gelijk of de Spelende zijde minder, dan krijgt de Spelende zijde geen punten, de andere zijde wat ze behaalden in slagen en roem. Een potje speel je tot 500 punten.

Varianten voor ander aantal spelers;
Klapper voor 3; Iedereen speelt voor zich, elk krijgt 8 kaarten. Troefmaker moet meer scoren dan de beide andere spelers individueel om te winnen, met als gevolg dat iedereen wint wat hij heeft behaald. Verliest de Troefmaker, dan krijgt hij niets maar de anderen gewoon wat ze hebben behaald.
Klapper voor 2; Iedere speler krijgt 6 kaarten, en nog eens 3 die hij niet mag oppakken tot na het bieden. De overige kaarten vormen een gedekte dode hand, waarvan troef gedraaid.
Klapper voor 6; Twee teams van drie, zittend om en om. Iedereen krijgt slechts 4 kaarten, al het andere is als in het spel voor 4.